Zelf alles online berekenen

Al 23 jaar informatief en onafhankelijk.
287 rekentools en ruim 25.000.000 berekeningen per jaar.
Belastingplan 2024 + wijzigingen Tweede Kamer verwerkt.

Box 3 vermogensbelasting • Hybride spaartaks vanaf 2027

Wat anderen vinden:

 

Beoordeling: 8.7/10 (3x)

Hoeveel box 3 belasting betaalt u vanaf 2027?
Hoe ziet de voorgestelde box 3 hybride spaartaks er uit?

Box 3 vermogensbelasting • Hybride spaartaks vanaf 2027

In september 2023 heeft Staatssecretaris Van Rij een nieuw voorstel gedaan voor de box 3 vermogensbelasting, waarbij dit als een internetconsultatie is voorgelegd aan ons allen.

De box 3 belasting wordt hierbij in principe een vermogensaanwasbelasting, waarbij het werkelijk behaalde vermogensrendement belast gaat worden. Tegelijk komen er uitzonderingen voor vermogensonderdelen, waarvoor dit een probleem is. Vandaar dat er gekozen is voor de naam hybride belasting.

In het plan worden afwijkend belast:

  • banktegoeden, waarvan alleen de rente belast wordt;
  • de eerste woning in box 3, die forfaitair belast gaat worden, om het eenvoudiger te houden voor een grote groep mensen;
  • onroerend goed en investeringen in familiebedrijven en innovatieve startups, waarvoor een vermogenswinstbelasting gaat gelden, waardoor waardestijging pas bij verkoop belast gaat worden.

In het plan kan verlies oneindig lang verrekend worden in de toekomst, zij het na aftrek van een verliesdrempel.

Al met al een aardig plan om uit de box 3 misère te komen.

Wij hebben een rekentool gemaakt voor de nieuwe plannen, waarmee u zelf kunt doorrekenen wat de gevolgen voor u zijn. Deze berekening zal worden aangepast als het voorstel wordt aangepast.

 

Berekenen

Vermogensbestanddelen

Voer hieronder de vermogensbestanddelen in per soort. Dit kan per persoon of voor fiscaal partners gezamenlijk.

Kies het soort vermogen en geef dit (als gewenst) een naam of omschrijving.

Soorten vermogen:

  • bank- en spaarrekeningen – geld op bank- en spaarrekeningen.
  • beleggingsrekeningen – geld belegd op beurzen, wat eenvoudig te gelde kan worden gemaakt.
  • 1e box 3 woning, eigen gebruik – eerste woning in box 3, vooral voor eigen gebruik.
  • vastgoed voor verhuur – woningen, bedrijfspanden, etc. die vooral of helemaal verhuurd of verpacht worden.
  • investeringen in familiebedrijven en startups – mits binnen gestelde voorwaarden (die nog niet geheel bekend zijn).
  • schulden – schulden, geleend geld, etc., zoals een persoonlijke lening voor een auto, etc.
    Let op: de hypotheek op een 1e box 3 woning voor eigen gebruik valt hier niet onder. De 'aftrek' daarvan zit verwerkt in het forfait voor de 1e box 3 woning.
  • uitgeleend geld – aan natuurlijke personen, zoals familie, uitgeleend geld.
    Let op: kies 'ander vermogen' voor ander uitgeleend geld, zoals aan een bv.
  • ander vermogen – andere box 3 vermogensbestanddelen.

Het totaal aan uitbetaalde rente gedurende het jaar.
 
NB T.z.t. zal de bank deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

Het totaal aan uitgekeerd dividend en ander voordeel uit de beleggingen, voor zover dit niet is herbelegd of liquide op de beleggingsrekening staat. Anders is het immers al verwerkt in de eindwaarde hieronder.
 
NB T.z.t. zal de bank/broker deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

Netto inkomsten uit verhuur of verpachten van het vastgoed, dus na aftrek van kosten.

Het totaal aan uitgekeerd dividend en ander voordeel uit de investeringen.

Het totaal in dit jaar betaalde rente voor de schulden.

Het totaal in dit jaar ontvangen rente voor het uitgeleende geld.

In dit jaar behaalde inkomsten uit dit vermogensbestanddeel, zoals: rente, dividend, huurinkomsten, pacht, etc.
 
Kosten kunnen hier vanaf getrokken worden. Als er alleen kosten zijn, voer deze dan in als negatief getal. Let op: zorg er wel voor dat de kosten maar één maal meegerekend worden. Dus in de 'waarde mutaties' óf hier bij de 'reguliere inkomsten'.
 
Belastingdienst:
''Reguliere inkomsten uit vermogen zijn alle vermogensinkomsten met uitzondering van de inkomsten die het resultaat zijn van een waardestijging van het vermogen. Veel voorkomende reguliere inkomsten uit vermogen zijn rente, dividend, royalty's, huuropbrengsten en andere opbrengsten die voortvloeien uit het (tijdelijk) in gebruik geven van een vermogensbestanddeel aan een ander. Bij het bepalen van de belastinggrondslag voor het heffen over reguliere inkomsten uit vermogen kan rekening worden gehouden met de kosten die zijn gemaakt om de reguliere inkomsten te verwerven.''

naar

Vul bij het eerste bedrag het saldo op 1 januari in en bij het tweede bedrag het saldo op 31 december.

Let op: het totaal aan geldstortingen en opnames gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'geldstortingen (+) en opnames (-)'. Daarmee wordt dan het verschil tussen het begin en eindsaldo gecorrigeerd.

Vul bij het eerste bedrag de waarde op 1 januari in en bij het tweede bedrag de waarde op 31 december.

Let op: het totaal aan aan- en verkopen gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'stortingen (+) en opnames (-)'. Daarmee wordt dan het verschil tussen de begin- en eindwaarde gecorrigeerd.

Voor één (de eerste) woning in box 3 wordt het behaald rendement forfaitair bepaald. Geef daarvan de WOZ-waarde op 1 januari op. Zie ook onderstaande tekst van de belastingdienst.

Het forfait geldt voor één woning die de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden hoofdzakelijk ter beschikking staat voor eigen gebruik. Het gaat om woningen in box 3: de eerste eigen woning die als hoofdverblijf ter beschikking staat blijft net zoals nu in box 1. Een belastingplichtige met meerdere woningen mag kiezen voor welke woning het forfait zal gelden. Op deze keuze kan niet worden teruggekomen. Voor partners geldt eveneens dat één woning onder het forfait kan vallen. De woning moet op het moment van keuze een WOZ-waarde hebben van minder dan € 1.200.000. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de grens voor het hoogste tarief in het eigenwoningforfait.

Bij het vaststellen van het forfait is rekening gehouden met het woongenot in natura, huuropbrengsten, kosten waaronder financieringskosten, en de langjarige waardeontwikkeling van woningen.

Vul bij het eerste bedrag (achter 'van') de waarde op 1 januari in, en bij het tweede bedrag (achter 'naar') de waarde op 31 december.
 
Let op: het totaal aan aan- en verkopen gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'waarde mutaties'. Daarmee wordt dan het verschil tussen de begin en eindwaarde gecorrigeerd.

Het totaal aan geldstortingen en opnames gedurende het jaar.
Tel ze allemaal bij elkaar op, stortingen als positief bedrag, opnames als negatief bedrag.

NB T.z.t. zal de bank/broker deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

De gemaakte winst bij verkoop van het vastgoed.

De gemaakte winst bij verkoop van aandelen / investeringen.

Voor (gedeeltelijke) kwijtgescholden schulden geldt, onder voorwaarden, een kwijtscheldingsvoordeelvrijstelling. Hiermee wordt voorkomen dat de kwijtschelding van een schuld, wat eigenlijk een positieve waardemutatie is, extra box 3 inkomen geeft.

(Gedeeltelijk) kwijtgescholden leningen worden meegenomen als verlies.

Het totaal aan waarde van aan- (+) en verkopen (-) in dit jaar.

Om de waardestijging te berekenen, wordt dit bedrag afgetrokken van het verschil tussen de waarde op 1 januari en 31 december.

Kies het soort vermogen en geef dit (als gewenst) een naam of omschrijving.

Soorten vermogen:

  • bank- en spaarrekeningen – geld op bank- en spaarrekeningen.
  • beleggingsrekeningen – geld belegd op beurzen, wat eenvoudig te gelde kan worden gemaakt.
  • 1e box 3 woning, eigen gebruik – eerste woning in box 3, vooral voor eigen gebruik.
  • vastgoed voor verhuur – woningen, bedrijfspanden, etc. die vooral of helemaal verhuurd of verpacht worden.
  • investeringen in familiebedrijven en startups – mits binnen gestelde voorwaarden (die nog niet geheel bekend zijn).
  • schulden – schulden, geleend geld, etc., zoals een persoonlijke lening voor een auto, etc.
    Let op: de hypotheek op een 1e box 3 woning voor eigen gebruik valt hier niet onder. De 'aftrek' daarvan zit verwerkt in het forfait voor de 1e box 3 woning.
  • uitgeleend geld – aan natuurlijke personen, zoals familie, uitgeleend geld.
    Let op: kies 'ander vermogen' voor ander uitgeleend geld, zoals aan een bv.
  • ander vermogen – andere box 3 vermogensbestanddelen.

Het totaal aan uitbetaalde rente gedurende het jaar.
 
NB T.z.t. zal de bank deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

Het totaal aan uitgekeerd dividend en ander voordeel uit de beleggingen, voor zover dit niet is herbelegd of liquide op de beleggingsrekening staat. Anders is het immers al verwerkt in de eindwaarde hieronder.
 
NB T.z.t. zal de bank/broker deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

Netto inkomsten uit verhuur of verpachten van het vastgoed, dus na aftrek van kosten.

Het totaal aan uitgekeerd dividend en ander voordeel uit de investeringen.

Het totaal in dit jaar betaalde rente voor de schulden.

Het totaal in dit jaar ontvangen rente voor het uitgeleende geld.

In dit jaar behaalde inkomsten uit dit vermogensbestanddeel, zoals: rente, dividend, huurinkomsten, pacht, etc.
 
Kosten kunnen hier vanaf getrokken worden. Als er alleen kosten zijn, voer deze dan in als negatief getal. Let op: zorg er wel voor dat de kosten maar één maal meegerekend worden. Dus in de 'waarde mutaties' óf hier bij de 'reguliere inkomsten'.
 
Belastingdienst:
''Reguliere inkomsten uit vermogen zijn alle vermogensinkomsten met uitzondering van de inkomsten die het resultaat zijn van een waardestijging van het vermogen. Veel voorkomende reguliere inkomsten uit vermogen zijn rente, dividend, royalty's, huuropbrengsten en andere opbrengsten die voortvloeien uit het (tijdelijk) in gebruik geven van een vermogensbestanddeel aan een ander. Bij het bepalen van de belastinggrondslag voor het heffen over reguliere inkomsten uit vermogen kan rekening worden gehouden met de kosten die zijn gemaakt om de reguliere inkomsten te verwerven.''

naar

Vul bij het eerste bedrag het saldo op 1 januari in en bij het tweede bedrag het saldo op 31 december.

Let op: het totaal aan geldstortingen en opnames gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'geldstortingen (+) en opnames (-)'. Daarmee wordt dan het verschil tussen het begin en eindsaldo gecorrigeerd.

Vul bij het eerste bedrag de waarde op 1 januari in en bij het tweede bedrag de waarde op 31 december.

Let op: het totaal aan aan- en verkopen gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'stortingen (+) en opnames (-)'. Daarmee wordt dan het verschil tussen de begin- en eindwaarde gecorrigeerd.

Voor één (de eerste) woning in box 3 wordt het behaald rendement forfaitair bepaald. Geef daarvan de WOZ-waarde op 1 januari op. Zie ook onderstaande tekst van de belastingdienst.

Het forfait geldt voor één woning die de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden hoofdzakelijk ter beschikking staat voor eigen gebruik. Het gaat om woningen in box 3: de eerste eigen woning die als hoofdverblijf ter beschikking staat blijft net zoals nu in box 1. Een belastingplichtige met meerdere woningen mag kiezen voor welke woning het forfait zal gelden. Op deze keuze kan niet worden teruggekomen. Voor partners geldt eveneens dat één woning onder het forfait kan vallen. De woning moet op het moment van keuze een WOZ-waarde hebben van minder dan € 1.200.000. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de grens voor het hoogste tarief in het eigenwoningforfait.

Bij het vaststellen van het forfait is rekening gehouden met het woongenot in natura, huuropbrengsten, kosten waaronder financieringskosten, en de langjarige waardeontwikkeling van woningen.

Vul bij het eerste bedrag (achter 'van') de waarde op 1 januari in, en bij het tweede bedrag (achter 'naar') de waarde op 31 december.
 
Let op: het totaal aan aan- en verkopen gedurende het jaar vult u hieronder in achter 'waarde mutaties'. Daarmee wordt dan het verschil tussen de begin en eindwaarde gecorrigeerd.

Het totaal aan geldstortingen en opnames gedurende het jaar.
Tel ze allemaal bij elkaar op, stortingen als positief bedrag, opnames als negatief bedrag.

NB T.z.t. zal de bank/broker deze gegevens zelf gaan doorgeven aan de belastingdienst.

De gemaakte winst bij verkoop van het vastgoed.

De gemaakte winst bij verkoop van aandelen / investeringen.

Voor (gedeeltelijke) kwijtgescholden schulden geldt, onder voorwaarden, een kwijtscheldingsvoordeelvrijstelling. Hiermee wordt voorkomen dat de kwijtschelding van een schuld, wat eigenlijk een positieve waardemutatie is, extra box 3 inkomen geeft.

(Gedeeltelijk) kwijtgescholden leningen worden meegenomen als verlies.

Het totaal aan waarde van aan- (+) en verkopen (-) in dit jaar.

Om de waardestijging te berekenen, wordt dit bedrag afgetrokken van het verschil tussen de waarde op 1 januari en 31 december.

Extra vermogensbestanddeel

In box 3 aftrekbare kosten die (hierboven) nog niet zijn meegenomen of verrekend in één van de vermogensbestanddelen.

Box 3 belasting

Als er in het verleden in box 3 een verlies uit sparen en beleggen is ontstaan, kan dat in de toekomst verrekend worden. Vul dan hier het saldo verlies uit sparen en beleggen in.

%

Wat is het (verwachte) belastingtarief waarmee gerekend moet worden?
In het huidige plan wordt 35% genoemd, maar het zou niet onlogisch zijn als dit (op termijn) stijgt naar 37%, gelijk aan box 1.

Wat is het heffingvrij inkomen wat meegenomen moet worden in de berekening? Dit is het deel van het box 3 inkomen wat niet belast wordt.
In het huidige plan wordt € 1.000 genoemd.
Als het opgegeven vermogen voor fiscaal partners gezamenlijk is, vul dan een dubbel zo hoog heffingvrij inkomen in.

%

Met welk forfait voor de 1e box 3 woning moet er gerekend worden? In het huidige plan wordt 3,5% genoemd. Tekst in het voorstel:

Het forfait geldt voor één woning die de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden hoofdzakelijk ter beschikking staat voor eigen gebruik. Het gaat om woningen in box 3: de eerste eigen woning die als hoofdverblijf ter beschikking staat blijft net zoals nu in box 1. Een belastingplichtige met meerdere woningen mag kiezen voor welke woning het forfait zal gelden. Op deze keuze kan niet worden teruggekomen. Voor partners geldt eveneens dat één woning onder het forfait kan vallen. De woning moet op het moment van keuze een WOZ-waarde hebben van minder dan € 1.200.000. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de grens voor het hoogste tarief in het eigenwoningforfait.

Bij het vaststellen van het forfait is rekening gehouden met het woongenot in natura, huuropbrengsten, kosten waaronder financieringskosten, en de langjarige waardeontwikkeling van woningen.

* Invoer is nodig voor de berekening

Meer berekenen

Er zijn in totaal 29 rekentools voor Sparen & Beleggen.

Extra informatie